Dagboek Tekst

Voor het leesgemak staat hier de tekst uit het dagboek in een leesbaar, en vooral zoekbaar, lettertje.

Dag 2, jun, jaar 163 Thuis?

Hallo lief dagboek.

Vandaag wordt mijn tweede dag in dit huis. Wat nu dus mijn thuis is. Moeder was heel blij om me weer te zien en de rest van de Familie is ook erg aardig geweest. Ze hebben me het hele huis laten zien en waar iedereen slaapt. Voor nu lig ik met Senna op de kamer (ze piep-snurkt), wanneer Jessie haar Entree doet zal zij hier ook komen slapen. Verder weet ik nu alle regels en waar het huishoudrooster hangt.

Ik heb bijna niet geslapen omdat ik de hele tijd lag te denken aan gisteren. Aan mijn Entree. Aan alle dingen die ik voor het eerst in het echt heb gezien. Eindelijk weg bij juf Ellie, de zuurpruim. Meester Tom ga ik wel missen, vooral zijn lach. We werden allemaal uitgezwaaid door de juffen en meesters die op dat moment niet op de allerkleinsten hoefden te passen. Alle kinderen mochten ons ook uitzwaaien. Jelle moest huilen omdat ik weg ging. Ik kreeg een kus van hem en een mooi gekleurd steentje wat hij had gevonden ‘speciaal voor mij.’ Veel gelukwensen van iedereen natuurlijk.

De trip hier heen was echt super eng. We moesten allemaal heel hard doorlopen omdat er elk moment Woestelingen op ons nek konden springen of wie weet wat. Ik schrok me op een gegeven moment verrot van een ritselend bosje. Gelukkig bleek het maar een konijn te zijn, maar mijn hart zat echt in mijn keel. En ik was niet de enige. Ik merkte ook dat onze bewakers wel heel erg zenuwachtig waren. Er waren wel 2 mannen met een Verweer mee om ons groepje van 4 te begeleiden.

Op een gegeven moment hebben we ook een hond gezien. Dat was mijn eerste, tot die tijd had ik ze alleen maar op plaatjes gezien in mijn boeken bij de lessen van juf Ellie. Ik had er heel goede dingen over gehoord, dat ze heel lief waren en zo, maar deze was heel zielig. Hij leek helemaal niet op die plaatjes. Hij was veel dunner, echt helemaal uitgemergeld! Hij keek ook heel bang, en hij bleef eerst op een afstandje, maar op een gegeven moment probeerde hij dichterbij te komen en ons eten mee te nemen. Een van de begeleiders probeerde hem weg te jagen, maar toen raakte de hond in paniek en beet hem. De andere pakte toen zijn Verweer en maakte een luide knal en toen liet de hond los. Ik denk niet dat hij dood was, maar iemand zei dat we geen kogels moesten verspillen. Niet alle honden zijn dus leuk en lief. Maar ik snap het wel, want juf Ellie heeft ook uitgelegd over overleven en dat ieder mens en dier zo gemaakt is dat ze doen wat ze kunnen om te overleven. Het was wel zielig, en ook eigenlijk wel eng.

Ik bleef de hele tijd dicht bij die man die had geschoten. Michiel heet hij geloof ik. Hij is ZO KNAP! Uiteraard papte Chantal meteen met hem aan, de sloerie. Die was ook altijd al favoriet bij de juffen en meesters. Blij dat zij niet in mijn Familie zit. Je zult maar met haar moeten afwassen!

Er gebeurde verder niets tijdens het lopen, maar de schrik zat er bij iedereen goed in. Dat kon ik echt niet gebruiken, want ik was al zenuwachtig genoeg voor de Entree. Zou de rest van de Familie aardig zijn? Hoe zou moeder reageren? Het viel gelukkig allemaal mee. Iedereen was blij en er was muziek en veel geknuffel van de Families. Natuurlijk ook vragen over hoe het met die of die gaat enzo.

Ik heb mijn Rapportage overhandigd aan ons Familiehoofd Joran, dan kan hij bekijken waar ik het beste aan het werk kan straks. Van hem heb ik ook dit boekje en een pen gekregen, als welkom.

Ik geloof dat Senna wakker wordt. Het is inmiddels ook niet zo vroeg meer.


Ben ik weer!

Ontbijt was echt vies. Iets wat ze watergruwel noemen ofzo. In de KinderPost was het veel beter. En die plakkerige afwas. Yuch. Maar ik heb niet veel tijd, ik moet me zo om gaan kleden naar mijn netste kleding.

Ik ben nog steeds een beetje in de war geloof ik, want vandaag wordt echt een vreselijke dag. Ik wist wel dat ouderen die geen ‘nut’ meer hebben voor de gemeenschap de gemeenschap moeten verlaten, maar mij was altijd verteld dat ze dan naar het OuderenHuis gingen. Een soort KinderPost maar dan voor ouderen waar ze voor zichzelf kunnen zorgen tot ze vredig dood gaan. Dat klopt dus echt niet met alle tranen en gehuil wat ik gisteren al een beetje zag bij sommige Families. Dus ik heb er naar gevraagd. Blijkt dat ze die arme mensen vandaag gewoon naar Buiten trappen. Buiten de muur! Met alleen een beetje voedsel voor hooguit een paar dagen. En dan mogen MOETEN ze daar gewoon dood gaan!! Ze hebben al die jaren gewoon tegen me gelogen!

Shit, Senna roept. Ik moet me snel gaan omkleden. Misschien schrijf ik vanavond nog, als ik dan tijd heb.


Dag 3, jun, jaar 163 Uitzetting

Dat was een rare avond, maar niet zo erg als ik dacht. Ik was ook zo boos dat ik een beetje heb geschreven als een klein kind vind ik, roepen wat je denkt zonder het echt te weten. Ik moet dat beter doen, ik wil Joran niet teleurstellen.

Het buitengaan van de oude mensen was heel zielig, maar ergens ook wel mooi. Iedereen had kaarsen, en iemand zong, ik kon niet precies zien wie maar het was heel hoog en heel zachtjes, ik had er een beetje de rillingen van.

Sommige mensen moesten huilen, maar je kon wel zien dat ze al wel eerder met de oude mensen hadden gepraat. Een oude man met een hele grote baard keek me aan, en glimlachte zelfs nog. Niet te geloven zo dapper. Één van de mensen die naar buiten moesten was de overgrootmoeder van Chantal, en die moest zo hard huilen dat ze bijna stikte en ik vind het nu wel een beetje gemeen wat ik gisteren over haar heb geschreven. Dus dat neem ik een soort van terug denk ik.

Omdat ik er toch wel een beetje een naar gevoel bij had, heb ik Joran gevraagd waarom we het hebben gedaan. Hij heeft wel een half uur getallen opgeschreven, hoeveel eten we hebben, hoeveel hout en hoeveel kleren. Ik kon het niet helemaal volgen, maar ik snap nu wel dat het niet anders kan en dat Joran en de anderen het ook niet leuk vonden.

Mocht er vandaag nog wat gebeuren schrijf ik wel, maar het ziet er een beetje uit als wassen, wassen en nog wat wassen als we er moe van zijn. Bah.


Dag 11, jun, jaar 163 Laatje

In onze slaapkamer staat een bureau, waar ik nu ook aan schrijf, met een laatje. Op het laatje zit een slot maar niemand weet wat er in zit of waar de sleutel is. Dus ik heb het tot mijn taak gemaakt om dit laatje open te maken. Wie weet zit er iets spannends in van Hiervoor!

Ik heb eerst overal gezocht naar de sleutel. Die heb ik niet gevonden, wel een loszittend stuk behang met een gat er achter. Daar kan ik mooi persoonlijke spulletjes in bewaren die niemand mag zien. De kiezel die ik van Jelle kreeg ligt er nu ook. Misschien verberg ik dit schriftje daar ook wel, want nu schrijf ik al een geheim op. Niemand mag het weten als ik deze la open krijg.

Ik heb al met een kapotte vork geprobeerd het laatje open te krijgen maar dat is niet gelukt. Er aan rammelen wil ook niet want de la past heel netjes dus er is geen beweging in te krijgen. Ik kan dus niet horen of er wat in zit (ik hoop het echt wel!) en wat dan.

Morgen ga ik op zoek naar iets anders om het mee te proberen. Nu moet ik eten. Hopelijk niet weer aardappelsoep.


Dag 19, jun, jaar 163 Ontdekking

Tuindienst was vandaag nog saaier dan normaal. Het was warm, dus zelfs de vogels hadden geen zin om in de tuin te komen. Niets dus om te verjagen, dus de hele dag alleen maar geschoffeld. Aangezien Marije ‘niet lekker’ was zat ik daar alleen. Die trut heeft ook altijd een rotexcuus. Vorige week Simon ook al. Nouja, ik zat daar dus alleen en het was ontzettend saai, dus ik besloot naar het verlaten gebouw naast de tuin te gaan. Daar was tenminste schaduw.

Dat gebouw staat al leeg vanaf het begin, zegt men. Het is al helemaal leeg gehaald van al het nuttigs. Maar een leeg gebouw is al spannend genoeg op zichzelf met al die half verrotte planken vloeren. Volgens de Raad zijn de gebouwen van Hiervoor gevaarlijk, maar volgens mij valt dat best mee. Dus zo vlak voor lunchtijd ging ik naar binnen.

De begane grond was echt leeg, op wat rotzooi van dat tuig van Zater na. Die hangen ook altijd rond op plekken waar ze niet mogen komen. Lelijke teksten op de muren en een pisvlek in de hoek. De trap bleek een uitdaging maar de eerste verdieping was al een stuk interessanter. Wat verrotte meubels en krakende deuren zonder knoppen.

In een van de kamers deed ik een ontdekking. In de kamer was een lichte rechthoekige vlek op de vloer, van een bed dat er ooit gestaan had denk ik. En daar zat een plank van de vloer los. Raar dat niemand dat ooit gezien had. Toen ik de plank optilde vond ik iets bijzonders. Naast wat onleesbare half vergane papieren lag een rechthoekig ding van plastic. Er zaten twee gaten in met tandjes en aan de bovenkant glom een smal strookje, ook van plastic denk ik. Mijn vingers pasten geen van allen in de gaten, alleen het topje. Als je aan de een draaide dan draaide de andere ook en het glimmende strookje leek te bewegen. Maar verder gebeurde er niets.

Op het ding had ooit iets geschreven gestaan maar de inkt was te vaag om het nog te lezen.

Ik heb het ding bij me gestopt en ben weer terug naar de tuin gegaan. Het was bijna tijd voor lunch en ik was bang dat iemand me zou missen.

Misschien dat ik met het ding ooit langs ga bij Wilbert om te vragen of hij weet wat het is. Officieel moet ik het natuurlijk inleveren, maar voor nu is het mijn geheim. Ik ben ook wel erg benieuwd wat ik daarbinnen verder nog zou kunnen vinden...


Dag 25, jun, jaar 163 Slapeloze nacht

Zo, ben ik even brak. Ik kon niet slapen vannacht, geen idee waarom. Misschien de warmte, of een voorgevoel. Geen idee. Ik ben maar een stuk gaan wandelen omdat stil liggen niks voor mij is. Ik had geen doel voor ogen maar kwam uiteindelijk vrij dicht bij de Muur uit. De zoeklichten zagen er echt mooi uit in de mist. Ik stond op het punt om weer terug naar m’n bed te gaan en het slapen nog eens te proberen toen ik Buiten een hoop geschreeuw en gejoel hoorde. De trap naar de uitkijktoren was afgesloten dus ik kon niet zien wat het was. Ik verwacht dat het De Woestelingen zijn waar de Handelaars ons wel eens voor waarschuwen. Ik probeer het nooit te laten merken, maar ik vind die verhalen altijd doodeng. Ik moet er niet aan denken dat ik ooit ook naar Buiten zal moeten! Ik denk dat ik het daar nog geen dag volhoud zonder dat die kannibalen me te pakken krijgen.

Het geschreeuw en gejoel ging nog een tijdje verder en toen vertrokken ze weer. Ik heb geen idee wat ze kwamen doen maar ik ben blij dat de Muur tussen hen en mij stond.

Van slapen kwam natuurlijk niet veel meer. Hazeslaapjes met nachtmerries vol afgerukte ledematen. Yuch.

Nouja, eens zien of ik deze dag ga overleven met m’n brakke kop. Nu eerst ontbijt.


Dag 6, jul, jaar 163 Wat hebben wij het toch goed

Fantastisch! Ik heb vandaag eindelijk het laatje van het bureau open gekregen waar ik al een maand aan liep te rommelen. Wat een goed slot. En wat een prijs! Het dagboek van de vader van mijn vader, opa Jan Dins. Ik heb die man uiteraard niet gekend want hij was Vertrokken voordat ik geboren was, maar vader heeft me wel eens verhalen verteld.

Het dagboek is erg moeilijk te lezen want ze schreven vroeger niet zo heel netjes. Het kan dus even duren voordat ik alles ontcijferd heb maar ik heb alvast wat titels gelezen. Vooral dit stuk, ergens net na het midden, trok mijn aandacht.

Dag 16, feb, jaar 112 - Honger

  • Wederom twee ouderen gestorven in de nacht. Er blijft straks niemand meer van ons over. De twee zuigelingen die nog aanwezig zijn bij hun moeders worden steeds zwakker, de moedermelk raakt op. Waarschijnlijk halen deze kleintjes hun Voorbereiding niet eens.

    Iedereen heeft honger, maar de jongsten en oudsten lijden het meest. Vandaag was er weer een aankondiging dat de rantsoenen zijn verkleind. Nog even en we eten French cuisine. (Aantekening Linda: geen idee wat dat is) Die vervloekte natte zomer wordt het einde van ons allemaal.

Het fragment gaat nog een stuk verder over de mislukte oogst en de beschimmelde en wegrottende voorraden. Ik ben blij dat onze voorraadkamers inmiddels zo goed zijn afgedicht dat zelfs een muis er niet meer in komt. Ook wij kennen weken van regen, maar onze voorraden zullen daar niet onder lijden.


Dag 14, jul, jaar 163 Het Ding

Ik heb vandaag het ding dat ik gevonden had weer eens uit zijn schuilplekje gehaald om er wat dingen mee te proberen. Als je er mee schudt maakt het geen geluid, dus er zitten geen losse delen in. Wel kon ik aan het glimmende strookje bovenop trekken. Het is een heel dun lint, nog best wel sterk en behoorlijk lang. Het lint zit wel vast of is rond want op een gegeven moment kon hij niet meer verder. Bij het trekken draaiden de wieltjes ook mee.

Toen zat ik dus met een hoop kreukelig lint... ik ben begonnen met het lint er weer op te zetten door met m’n vingertop in zo’n wieltje te gaan draaien. Dat gaat best moeilijk op plekken waar er een vouw in het lint is gekomen. Mijn vinger is nu al helemaal beurs en ik ben nog niet eens op de helft. Ik moest het ding snel weer verstoppen want Senna klopte op de deur en ‘wacht even’ roepen heeft bij haar geen zin. Als ze schoonmaaktaken heeft dan moet alles en iedereen voor haar wijken. Dus nu ligt het ding nog half uitgerold weer opgeborgen. Ik weet eigenlijk niet of dat kwaad kan, dus ik ga maar weer eens verder met het inrollen. Mijn arme vingers!


Dag 20, jul, jaar 163 Voor de zekerheid

Yvo kwam terug van een trip naar de BuitenPost. Hij had onderweg op iets geschoten dat snel dichterbij kwam rennen, maar hij heeft niet goed gezien wat het was omdat hij en Josja natuurlijk ook zijn gaan rennen.

Josja was bij het rennen in een gat gestapt, en nu heeft ze iets gescheurd ofzo. Haar voet is echt heel dik. Ik ben langs geweest en ze doet heel stoer nu, maar ze is hartstikke bang. Haar opa heeft ooit ook iets aan zijn voet gehad, en dat werd dikker en dikker tot zijn been eraf moest. Hij staat altijd zo sneu aan de zijlijn op feestjes, en moet altijd stomme dingen doen zoals aardappels schillen. Goed dat hij handig is met zijn handen....

Ik ben met mijn moeder meegegaan naar het Gebed. Ik kon zien dat ze verbaasd was. Het is niet dat ik niet geloof in Copius, ik vind gewoon niet dat je voor hem hoeft te zingen. Ik denk dat ik meer ben zoals oma was: als je iets nodig hebt doe je er iets aan. Oma had een keer dienst in de KinderPost toen ik ziek was en toen legde ze stukjes spiegel onder mijn bed, en als iemand iets naars zei spuugde ze op de grond en stampte erop. Mijn moeder klaagde altijd over slechte invloed omdat het smerig was. Ik mis oma.

Maar nu zou het wel eens kunnen helpen, zowel het zingen als die andere dingen. Dus als je dit over mijn schouder meeleest, Copius (en waarom ook niet, je bent toch een soort spook?) mag Josja’s been dan weer helemaal beter worden? Je weet nooit of het werkt. Dan zal ik morgen ook een spiegeltje meenemen als ik bij haar langs ga, voor de zekerheid.


Dag 1, aug, jaar 163 Koren

Vandaag is het Korendag, de eerste dag van het oogsten van het koren. Mijn moeder heeft me al dagen aan mijn kop gezeurd over mijn drie Opinies, want wat men met het koren oogst zal men het hele jaar oogsten, enzovoorts enzovoorts. Ik had mijn Opinies al lang gemaakt. Nog best wel lang gewerkt aan de lapjes waar het in zit ook, dat doet ook niet iedereen.

Ik gaf Josja de steen, om aan te geven dat ze precies goed is zoals ze is, dat ze af is. Dat is ook echt zo, ze is mijn beste vriendin. Voor Wilco het brood. Dat was de moeilijkste, van wie zou ik iets willen leren? Ik heb besloten dat Wilco altijd vrolijk is, ook als hij iets heel stoms moet doen, en het lijkt me wel fijn om dat te kunnen. Volgens mijn moeder heb ik zo’n chagrijnige kop bij het hout hakken dat mensen met een boog om me heen lopen. Dat heb ik ook in het briefje gezet dat er bij zat.

Wie iets van mij kan leren, dat waren er genoeg, eigenlijk alle lui van Zater die gewoon harder moeten werken. Maar ik bedacht me ineens dat ik laatst zat te tekenen, en Win Maan zat me met zo’n open mond aan te kijken, en het is een leuke jongen. Dus uiteindelijk gaf ik hem het zout. Oma zou trots op me zijn geweest. Het moeten blijken zijn van waardering, geen trap na, zei ze altijd.

Vanavond was er een feest. Officieel omdat het Korendag is, maar ook zodat de jongeren iets te doen hadden. Ik was blij om Ralf weer te zien, toen hij ingedeeld werd bij de Muur kwam hij nooit meer in de KinderPost, en ook hier is hij steeds bezig en druk...die Muur moet wel heel ingewikkeld zijn.

Maar ja, geen rekening mee gehouden natuurlijk: als hij er bijna nooit is komt hij ook niet vaak vrouwen tegen, en hij loopt al akelig richting de dertig. Nou ja, meiden genoeg, dus Ralf lette totaal niet op. Ik heb nog geprobeerd om hem een beetje uit te horen over wat de Muur nou eigenlijk is en wat ie doet, maar wanneer een schoonheid als Chantal in de buurt is kan ik dat vergeten natuurlijk. Het is balen dat hij wel aan zijn vader heeft verteld dat ik zo liep te hengelen, en die vertelde het aan mijn vader en zodoende heb ik nu voor straf extra wasdienst. Een week. Zodat ik na kan denken over waarom Ralf, Bianca en Hans Vrij van hun werk aan de Muur houden een slecht idee is. Alsof ik dat niet weet.


Dag 8, aug, jaar 163 Alles doet pijn

Schrijven doet echt heel veel pijn maar het moet echt even want ik merk dat ik nu al dingen vergeten ben. Eigenlijk herinner ik me zelfs niet precies wat er gebeurd is.

Ik ben gisteren terug gegaan naar dat gebouw waar ik dat rare ding had gevonden want ik hoopte dat ik daar meer van die mooie dingen zou vinden om iets heel speciaals van te kunnen maken voor de volgende Korendag.

Er hing een muffe lucht, alsof er een beest was dood gegaan. Ik ging naar een kamer waar ik eerder niet was geweest. Het laatste wat ik weet was gekraak van de vloer en vallen.

Maar ik werd vanochtend wakker in de Zorgkamer en ik heb bijna overal pijn en ik heb overal pleisters en verband zitten. Josja ligt een bed verderop en zij zei dat de dokter haar had verteld dat ik uit een ingestort gebouw was gehaald. Blijkbaar heb ik nog om hulp geroepen want ik ben gered. Maar toen ze me vonden was ik denk ik al bewusteloos want ik herinner me er niets meer van.

Vader is vandaag ook naar me toe gekomen. Hij was eigenlijk heel boos op me; hij zegt immers altijd dat ik voorzichtig moet zijn en wat ik nu heb gedaan is ook eigenlijk heel dom. Maar hij vond het ook echt heel erg en hij probeerde me te knuffelen. Hij stopte toen ik de tranen van pijn niet meer kon inhouden. En nu huil ik weer want ik vind het heel erg dat Vader zo verdrietig is en hij zegt dat Moeder en Senna ook heel verdrietig zijn.

Ik sta op een dieet van gore dingen maar ze zeggen dat de pijn er minder van zal worden. Heb daar tot nu toe nog niets van gemerkt, maar ik slik het maar want ik wil niet dat alles nog erger wordt.

Mijn rugzak met het dagboek van Opa staat naast me en het lijkt erop dat ik de komende dagen wel de tijd heb om daarin te lezen. Ergens halverwege staan een paar rare tekeningen en tekst die ik niet helemaal snap, en er zijn ook een paar pagina’s uitgescheurd. Nou ja, tijd genoeg om over na te denken.


Dag 16, aug, jaar 163 Familie

Met mijn schrijf-hand gaat het nu een stuk beter, dus ik kan weer een beetje bijhouden wat ik allemaal meemaak. Dat is helaas niet zo veel, want mijn hand is ongeveer het enige waarmee het beter gaat. De Zorgers zeggen dat mijn hand niet gebroken was, maar een heleboel andere lichaamsdelen wel. Ik krijg nu minder vieze dingen te eten en te drinken, maar de pijn in mijn benen is erger geworden. Volgens mij krijg ik nu minder omdat we er niet zo veel van hebben, niet omdat ze denken dat ik beter ben.

Ik heb de afgelopen dagen heel veel gelezen in het dagboek van Opa Dins en ik ben in elk geval blij dat het allemaal beter is dan toen. Er stond iets over iemand die een infectie in zijn been had, en toen hebben ze zijn been eraf moeten halen maar ze hadden niets om de pijn te stillen, alleen een stokje wat hij tussen zijn tanden moest doen. Het valt me op dat er her en der wel pagina’s missen uit het dagboek. Zonde! Ik zal morgen wat leuke dingen uit opa’s dagboek schrijven.

Mijn hele Familie is inmiddels wel zo’n beetje langsgeweest. Vader en moeder, Senna, oom Theo en tante Sofie met m’n twee neven (zelfs Ralf ja, die was speciaal even vrij van Muurdienst) en nicht. Elke dag komen er wel een paar mensen langs en bijna elke dag komt Joran even met ze mee. Iedereen hoopt dat ik snel beter word. Ik mis het avondeten met de hele Familie wel heel erg. Niet alleen omdat dat echt beter te pruimen is, maar ook omdat de sfeer hier een heel stuk minder goed is. En dat snap ik ook wel, want de Zorgers die hier ‘s avonds mij eten moeten geven, willen natuurlijk eigenlijk ook liever bij hun Familie eten.

Vader heeft een paar keer wat voor me meegenomen van het eten van de avond ervoor, omdat ik heb laten vallen dat het eten hier vies is. Ik moest de eerste keer heel erg huilen, want ik voel me wel een beetje schuldig dat ik momenteel niets kan bijdragen en dat zij nog steeds hun eten met mij delen.

Ik zei ook een keertje tegen Joran dat ik me Overbodig voelde nu ik niet kan helpen en hij werd heel verdrietig en boos op me en zei dat ik dat soort dingen niet mocht zeggen, over niemand, maar al helemaal niet over mezelf. Hij vroeg me ook waar ik dat woord had geleerd. Ik heb maar gezegd dat ik het niet meer wist, want blijkbaar is het een veel gemener woord dan ik eigenlijk dacht.


Dag 17, aug, jaar 163 Verhalen van opa

Dit zijn wat interessante stukjes uit het dagboek van opa Dins.

Hieronder wat interessante feiten uit opa Dins dagboek

- In het jaar 108 bestonden al een hoop BuitenPosten die we nu nog steeds bemannen, zoals de waterzuivering, een boerderij met dieren, en een plek om hout uit het bos te halen. en de zagerij.

- Opa was een timmerman en hij heeft geholpen de HoutPost veilig voor gebruik te maken. De zagerij was toen nog in De Veste zelf maar zou worden verplaatst naar de HoutPost.

- Er zaten vroeger zieke wolven in het bos vlakbij de HoutPost en nieuwe bomen halen was hierdoor een stuk gevaarlijker. Je moest een Verveer meenemen voor de zekerheid.

- Op Korendag in jaar 112 heeft opa heel veel brood gekregen. Hij was blijkbaar populair.

- Opa heeft ook rare dingen van Hiervoor gevonden. Het zit in de Familie. Het waren ronde schijven met een gat in het midden en vooral heel veel. Het was geen metaal en op een kant kon je een regenboog zien, deze kant was ook glimmend en een soort spiegel. Opa dacht dat het misschien speelgoed was dat kon vliegen, maar het krachtveld kwijt was geraakt.

- Ook heeft Opa in jaar 116 een rechthoekig voorwerp gevonden, met een knopje wat niets deed. Het ding was zwart met 2 verschillende kanten en op een kant stond een appel met een hapje eruit. Waarschijnlijk heeft het iets met fruit telen te maken gehad.

En deze heb ik helemaal overgeschreven omdat het over mijn vader en moeder gaat. Erg leuk!

Dag 15 - Bruiloft

Aantekening Linda: zo leuk, gaat over vader!

  • Vandaag is dan eindelijk de grote dag voor onze Sven, hij gaat trouwen met zijn Zoë (Maan). Hun eigen kamer is al ingericht met als pronkstuk het tweepersoonsbed waar ik een volle week over heb gedaan. Mijn lieve Elisabeth heeft tot laat in de nacht doorgewerkt aan een deken voor op het bed. De schat ligt nu nog te slapen. Ik gun haar nog maar wat rust voordat ze aan deze, voor vrouwen altijd hectische, dag begint.

    <in de kantlijn: oma... ik dacht altijd dat ze Lisa heette. Wel een mooie naam>

    De ceremonie zal op het middaguur gehouden worden met RaadsHoofd Priscilla Maan als spreekster. Sven is al dagen de ceremoniele woorden uit zijn hoofd aan het leren. Ik heb hem nog nooit zo nerveus gezien.

Tijd voor ontbijt, ik ben benieuwd of Saar nog iets extra’s heeft kunnen regelen voor deze mooie dag.


Dag 20, aug, jaar 163 Verlies

We zijn Karolien Woens kwijt. Ze zag al een paar dagen bleekjes en hoestte veel in haar zakdoek. Gisteren heeft blijkbaar iemand de Raad ingelicht en ze is meteen naar de Ziekenkamer gebracht zodat ze niemand zou kunnen besmetten (als ze dat niet al gedaan heeft). Omdat Karolien wel een van de personen was met de meeste kennis van eetbare planten zou de Raad van Ouderen gaan beslissen hoe lang we haar in afzondering zouden verzorgen.

Ik verwachtte half om half dat Karolien uit zichzelf zou Vertrekken, zoals Onwellen soms doen. Dat er alleen nog een briefje wordt gevonden met "Dit is voor iedereen makkelijker, vaarwel"....

Maar Karolien deed dat niet. Karolien wilde blijven. Karolien wilde blijven leven.

De hele dag kon je haar horen roepen, tussen het gehoest door, dat het slechts een lichte kou was en dat ze zich al veel beter voelde. Niemand mocht natuurlijk dichtbij komen. Zelfs Casper niet. En vanochtend was het stil. Nou ja, stil...ik dacht dat ik Casper hoorde schreeuwen. Mijn maag draaide zich om, alsof ik het wist...

Wilco is vandaag langs gekomen en dit keer was hij niet zo vrolijk. Hij vertelde me dat De Raad heeft laten weten haar toch te hebben uitgezet. Dan zal het wel nodig zijn geweest, maar het blijft rot.

Vaarwel Karolien. Heel veel sterkte Buiten.


Dag 26, aug, jaar 163 Mijmeringen over Buiten

Ik denk dat ik momenteel gewoon te veel tijd heb om te tobben. Het is niet verstandig om er te veel aan te denken, het leven hier binnen is veel te belangrijk, maar soms vraag ik me toch af hoe het Buiten is. Of Karolien misschien wel een beter leven heeft daarbuiten dan wij hier binnen, als ze niet aan het hoesten is bezweken. Ik zou me zo kunnen voorstellen dat er buiten veel meer eten is, aangezien daar niet allemaal mensen op een kluitje wonen zoals hier. Daar zal ook veel minder afval en vervuiling zijn. Er zijn vast ook een hoop andere planten dan de sla, andijvie en kool die we hier kennen. Misschien is er buiten wel ergens een heel bos van appelbomen! Dat zou nog eens wat zijn! Dan hoef je elkaar niet vuil aan te kijken over zo’n miezerig appeltje wat als enige is overgebleven nadat de rest naar de KinderPost is gegaan. Een appelbomenbos met in elke tiende boom een bijennest vol goudgele honing! Glooiende grasvelden met mals en sappig gras voor onze koeien en geiten en velden vol kleurrijke geurende bloemen. Lucht die niet stinkt naar mensenzweet en afval. Dat weet ik zeker, want dat ruik je elke keer als je naar een BuitenPost gaat.

Maar er is natuurlijk een reden dat we die trip naar de BuitenPosten, en terug, in groepen doen en zo snel mogelijk. Het is niet veilig Buiten. De Handelaars hebben ons gewaarschuwd voor alle gevaren Buiten. Niet alleen De Woestelingen, die zich soms hier vlakbij schijnen te bevinden, maar ook wilde dieren, agressieve stekende insecten, gevaarlijke moerassen en duistere wouden met wolven. En af en toe een gevaarlijke gek, uitgestoten uit zijn gemeenschap en nu zinnend op wraak. We zijn niet de enigen, we zijn de enigen met een muur. Denk ik. Dus als je er alleen al aan denkt hoe ver de mensen die buiten moeten wonen heen moeten zijn wil je ze niet ontmoeten. Hoe ze een winter overleven is me een raadsel, dat kannibalisme klinkt ineens niet meer zo vreemd. Stiekem ben ik toch wel blij dat ik hier binnen ben....

Arme Karolien. Ik hoop dat haar ziekte haar een waardig einde heeft gegund.


Dag 30, aug, jaar 163 Stommiteiten

Ik krijg Karolien maar niet uit mijn hoofd. Heb weer de halve avond rechtop in mijn bed zitten mijmeren. Soms kan ik gewoon niet geloven dat Hiervoor iedereen gewoon eeuwig kon blijven. Ook als mensen oud waren of ziek, dat ze dan eeuwig bleven zitten en anderen zorgden er wel voor.

Wat moeten ze veel eten hebben gehad. Zouden ze elke dag hebben bedacht dat ze rijk waren, of went dat ook als je het elke dag bent? Vorige keer dat de Handelaars er waren lachte er één naar me, hij had een tand met goud erop. Daar zie je het al aan: de Handelaars hebben meer spullen dan wij, en daarom dragen ze kleren met randjes en veel ringen.

Aan de andere kant zouden de Handelaars vast ook weer een Muur willen. Dan hoefden ze niet elke dag te reizen, tussen de narigheid en Woestelingen en wilde beesten. Hoewel ze meestal niet zo bang lijken. Zal wel iets met hun grote Verweren te maken hebben. Ik durf ze niet eens te vragen hoe ze eraan komen.

Mijn moeder en de andere vrouwen gingen naar het Gebed. Ze kwam achteraf nog even langs. Ze heeft voor me gebeden maar ik vraag me af of het helpt. Ze zag de moeder van Izaak Vrij, die komt anders nooit naar het Gebed. Gisteren hoorde ik haar weer schreeuwen tegen hem, huilen. Het was in het slaapgebouw van de Vrij maar je kon het hier horen. Hij stopt niet met drinken, ze zeggen dat hij laatst heeft gestolen uit de voorraadkast maar niemand kan het hard maken. Ik heb mijn vader gevraagd hoe hij zo veel kan drinken, en hij zei dat je het ook zelf kan maken, maar dat het heel, heel slecht is. Van zaagsel, zei hij, en restjes. Ik mag het nooit proberen, hij kneep in mijn arm. Ik kon zien dat hij het meende. Josja zegt dat Izaak blind wordt. Blind en gek.

Karolien wilde blijven en moest naar buiten, Izaak doet het zelf. De stomme idioot. Maar dat is niet de schuld van zijn moeder. Zing voor hem, mevrouw Vrij.


Dag 10, sep, jaar 163 Begin van het Einde

Het gaat niet goed met me. Het gaat natuurlijk al een tijdje niet zo goed met me, maar het is erger: het lijkt erop dat ik niet compleet ga genezen. Ik krijg inmiddels geen vieze drankjes meer en ik ben weggestuurd uit de Zorgkamer..

Ik heb een kruk nodig om te lopen maar na een paar stappen doen mijn handen zo veel pijn dat ik moet rusten, alsof ik al een Oudere ben. Ik kan geen BuitenPost-diensten meer doen, omdat ik te langzaam ben om mee te komen met de groep, en als ze op mij zouden wachten loopt iedereen meer gevaar dankzij mij. Mijn Familie is verdrietig in mijn bijzijn. De andere Families zien me waarschijnlijk als een parasiet. Ik probeer wel te helpen waar ik kan, maar het zijn allemaal kleine klusjes. De was ophangen, eten voorbereiden, afwassen en hier en daar een keer met wat moeite bezemen. Maar zelfs dat gaat niet zo goed. Ik kan maar weinig kracht zetten met mijn handen en doe overal twee keer zo lang over.

Het is heel simpel, maar ook heel pijnlijk: mijn Verbruik is momenteel groter dan mijn Bijdrage. Het is een kwestie van tijd voordat iemand het woord “Overbodig” in de mond neemt, een kwestie van tijd voordat de Raad over mijn lot zal moeten beslissen. Ik hoop dat Joran een manier kan bedenken waarop ik me nog nuttig kan maken. Ik wil niet naar Buiten. Ik wil niet dood.


Dag 25, sep, jaar 163 Bezoek

De Raad is vandaag langsgeweest. Vader en Moeder zijn ontroostbaar. Morgen zal mijn naam op het Berichtenbord te lezen zijn.


Dag 2, okt jaar 163 Vaarwel

Uitzondering bevestigt de regel. Waar iedereen die Uitgezet gaat worden normaal gesproken nog één keer naar de KinderPost mag om afscheid te nemen, was het mij niet gegund. Het verhaal dat we de kinderen vertellen over het OuderenHuis is immers niet voorbereid op iemand die zo jong als ik al de enclave moet verlaten. De kinderen die me nog kennen van daar zullen bij hun Entree genoegen moeten nemen met het feit dat ik al Vertrokken ben.

Gelukkig heb ik Jessie nog wel mogen zien. Jessie was een van de kinderen die gisteren hun Entree maakten. Het brak mijn hart om haar te moeten vertellen wat het OuderenHuis echt was, en dat ik ook weg moest. De emotie die ik zag in haar ogen was precies dezelfde die ik nog niet zo lang geleden ook voelde. Ze voelde woede en verraad. Ik hoop dat ze morgen, als ze terug kijkt naar wat er vanavond gaat gebeuren, ook de opluchting voelt die ik toen voelde. Zelf kan ik niet meer bevatten waar die opluchting vandaan kwam. Zou iedereen die Uitgezet wordt dezelfde angst voelen als ik nu?

Sinds het laatste bezoek van de Raad lag op mijn bord elke dag minder eten. Het is pijnlijk, maar stilzwijgend heeft mijn Familie moeten accepteren dat het geen nut meer heeft om hun eten met mij te delen. De laatste paar avonden hebben we zwijgend gegeten en ik heb moeten horen hoe Moeder zich ‘s avonds in slaap huilde.

Vaarwel Vader, vaarwel Moeder. Vaarwel Jessie. Vaarwel tante Sofie, oom Theo, Ralf en de rest van de Familie. Vaarwel Josja, Chantal, Yvo, Michiel en Izaak. Vaarwel De Veste. Ik houd van jullie allemaal en ik wens jullie het beste. Ik zal niet langer jullie eten eten, jullie drinken drinken. Vanavond neem ik afscheid van jullie, met een traan in mijn ogen maar met opgeheven hoofd.

Mijn laatste tas is ingepakt. Ik heb van Michiel een pijl en boog gekregen, waarschijnlijk meer voor de vorm dan omdat iemand denkt dat het mijn overlevingskansen vergroot. Het dagboek van Opa heb ik meegenomen, omdat ik nog niet alles heb gelezen. Ik heb alles meegenomen dat van mij is, maar zwaar is mijn tas er niet van geworden.

Dit dagboek zal ik achterlaten, zodat mensen over me kunnen lezen en zullen weten wie ik was. Mijn naam was Linda Dins. Ik was een dom, nieuwsgierig meisje dat niet klaar was voor deze wereld.