Geschiedenis

Hiervoor

In de tijd van Hiervoor woonde men met veel meer mensen bij elkaar dan tegenwoordig, er waren ook gewoon veel meer mensen. Hoeveel precies weten we niet, maar er wordt over honderdduizenden gesproken. Resten van deze nederzettingen moeten ook nog ergens bestaan, maar die hebben volgens de Handelaars in de loop van de tijd veel verkeerd volk aangetrokken en dat is ook wel logisch. Er moet daar immers veel te vinden zijn.

De mensen van Hiervoor hadden veel maar wilden nog meer, zonder er voor te hoeven werken. Hoe het precies gebeurd is weten we niet, maar hun Gemakzucht heeft het einde van Hiervoor veroorzaakt. Nadat het verkeerd ging zijn ze onderling gaan vechten, net zoals nu Buiten nog steeds gebeurt. De sterken tegen de zwakkeren. Dat heeft talloze mensen het leven gekost.

Het blijft speculeren wat ze precies deden, met al die Stroom en steden en spullen. Soms lijkt het of je het kan verzinnen, maar het is zo’n klein deeltje van een heel groot verhaal. Hoeveel dingen gebruiken wij zelf niet die een Handelaar of Woesteling misschien niet snapt? Maar de mensen van Hiervoor waren ook gewoon mensen. Mensen met emoties en dromen en wensen. Maar misschien met te veel dromen en wensen. Daar kunnen we van leren dat wij bescheidener moeten zijn: als Hiervoor echt goed was geweest, dan was het er nog wel.

De Veste

Toen Hiervoor ten einde kwam zijn onze voorouders op de Veste gaan wonen en zijn de Families gevormd. Aanvankelijk waren de Families waarschijnlijk geen families zoals we dat nu zijn, maar de mensen die Hiervoor hebben overleefd. Ze maakten alles veilig, zetten de Tradities op zoals Uitzetting en overleefden terwijl alle andere overlevenden behalve de Handelaars vervielen tot de Woestelingen. Ze waren heel goed voorbereid, maar het was hard werken. In die eerste jaren had niemand tijd wat op te schrijven of om veel verhalen te vertellen. We weten dat Korendag ergens is ontstaan rond die periode, dat Copius werd aanbeden en dat men is gaan ruilen met de Handelaars. Er zijn ook aanwijzingen dat er rond die periode nog ‘nieuwe’ Vestenaren zijn opgenomen in de Families. De muur heeft ons vanaf het begin beschermd en heeft het altijd gedaan.

Voorraden

De eerste dagboeken vertellen dat het best goed ging destijds. Er was voldoende eten, genoeg gereedschap en voldoende reserves. Maar ook in die tijd al wisten de Vestenaren dat dingen ook slijten en dat niet alles altijd maar gerepareerd kan blijven worden. Het was niet altijd meer mogelijk om gereedschappen als ruilmiddel aan de Handelaren aan te bieden, dus er ging meer en meer voedsel naar hen toe om te zorgen dat de Veste dingen van Buiten kon krijgen die nodig waren. Hiervoorologie is in die tijd ontstaan, eerst als hobby en toen als expertise om de spullen van Hiervoor maar zo lang mogelijk werkend te houden. Tegenwoordig is het weer meer een hobby, en de Raad zorgt er goed voor dat zij die Hiervoor interessant vinden ook hun Bijdrage leveren op praktische manieren.

Een serie slechte oogsten en te veel mensen zorgde meerdere jaren voor hongersnood met de bijbehorende ziektes en heeft waarschijnlijk de strakke regels voor Uitzetting die we nu hebben tot gevolg gehad, maar met veel hard werk stabiliseerden zo rond de 100e verjaardag van de Veste de voedselproductie en de reserves, en had men weer tijd en mankracht om nieuwe BuitenPosten te gaan opzetten. Wel komt het zo nu en dan voor dat een slechte oogst zorgt dat de Raad voor een moeilijke keuze komt te staan hoeveel voedsel er kan worden geruild voor spullen van Buiten en hoeveel er in reserve moet worden gehouden. Een goed of slecht seizoen is alles wat er staat tussen overvloed en hongersnood, maar qua productie, inwonertal en staat van de gereedschappen is de Veste al jaren min of meer stabiel.

Maanziekte

Uit de oudste dagboeken leren we van de uitdagingen die de Vestenaren moesten overwinnen om van dag tot dag te kunnen overleven. Zo kwam in de jaren 30 tot 40 de zorgkamer voor een raadsel te staan, toen steeds meer personen uit de familie Maan ziek werden. Omdat de ziekte alleen binnen de familie Maan voorkwam, kreeg de ziekte al gauw de naam 'Maanziekte'. De ziekte leek overgedragen te worden van ouder op kind en werd rond de leeftijd van 10 jaar zichtbaar. De ziekte uitte zich in meerdere symptomen, maar met name de onvoorspelbare angst- en woedeaanvallen zorgden voor problemen. Mede-Vestenaren werden in extreme gevallen soms zelfs aangevallen. Een ander belangrijk symptoom was plotseling gewichtsverlies, ondanks het eten van normale hoeveelheden voedsel. De zorgers in de Zorgkamer probeerden allerlei behandelingen, maar niets leek de ziekte te genezen. Het enige wat ze konden doen was extra voedsel voorschrijven aan de personen met gewichtsverlies.

Steeds meer familieleden binnen de familie Maan, bleken in hun kindertijd de Maanziekte te hebben en het probleem leek daarmee steeds groter te worden. In het jaar 56 werd een eerste geval van Maanziekte bekend buiten de familie Maan, doordat een uitgetrouwde vrouw uit de familie Maan een kind kreeg met Maanziekte binnen de familie Vrij. Op dat moment was de maat vol en kwam de Raad bijeen. Er werd besloten dat er geen extra voedsel meer beschikbaar werd gesteld voor personen met de Maanziekte. En met name de familie Maan moest zelf maar kijken hoe ze dit probleem gingen oplossen.

Binnen de Veste is het nog steeds onduidelijk hoe het precies kwam, maar vanaf het jaar 60 werden er nog nauwelijks nieuwe kinderen met Maanziekte geboren. Inmiddels is het alweer zo'n 65 jaar geleden dat het laatste geval van Maanziekte bekend was binnen de Veste. Veel tijd is er niet besteed aan uitzoeken hoe de ziekte is verdreven, want iedereen was allang blij dat de last van die idiote Maanziekte uit de Veste was verdwenen. Sinds het verdwijnen van de Maanziekte, is de term ‘Maanziekte’ een eigen leven gaan leiden. Iedereen die volslagen onredelijk en vol emotie reageert, wordt gevraagd of die last heeft van de ‘Maanziekte’. De familie Maan vindt het gebruik van deze term een pijnlijk iets, maar helaas is het begrip ‘Maanziekte’ vastgeroest binnen de Veste en wordt het te pas en te onpas gebruikt.

Vorige hoofdstuk: Noodprotocollen