Het Leven van Alledag

Hard werk en Bijdrage zijn zaken die hand in hand gaan in de dagelijkse beslommeringen van de gemiddelde Vestenaar. De dag bestaat meestal uit vroeg opstaan, ontbijt en direct aan de slag om het meeste te maken van het daglicht.

Nieuwdag is het begin van de een nieuwe werkweek. Marktdag is de volgende dag, vernoemd naar een in ongebruik geraakte gewoonte omdat de Vestenaren niet meer onderling handelen: alles is algemeen bezit. Middendag markeert het midden van de ‘zware’ werkweek. Op Wisseldag wisselden eerst bijna alle BuitenPosten van bezetting, maar dankzij het lage aantal Verweren dat nog beschikbaar is, kan er nog maar één Escorte tegelijk worden gelopen. Daarom gebeurt dat nu voor de veiligheid op verschillende dagen. Samendag markeert het einde van de ‘zware’ werkweek en wordt traditioneel afgesloten met een avondmaal dat alle Vestenaren delen - tijdens dit maal wordt gereflecteerd op het werk van de afgelopen week en de maaltijd wordt gezien als de beloning. Wasdag staat dan meestal in het teken van lichtere huishoudelijke werkzaamheden, al zijn er momenten geweest, vooral in tijden van extreme schaarste, dat ook die dag moest worden doorgewerkt. De laatste dag van de week is de Rustdag, Dag van Copius, waarin men mag rusten en genieten van het Goede Leven in de Veste.

Bestuur

De Veste wordt bestuurd door De Raad van Ouderen of kortweg de Raad. De Raad bestaat uit de hoofden van de verschillende families. Deze Raad neemt belangrijke beslissingen en zorgt voor de distributie van goederen en het toewijzen van werktaken zodat de gemeenschap blijft functioneren. Alle Raadsleden doen hun normale werk en dragen hiernaast ook nog deze zware last. Om deze redenen wisselt de Raad om de vijf jaar van Hoofd.

De zwaarste beslissing die de Raad moet nemen is wie er bij een van de drie jaarlijkse Uitzettingsmomenten de Veste moeten verlaten, of wanneer een Onwel persoon tussen door moet worden Uitgezet als er besmettingsgevaar voor de Veste dreigt.

Inwoners

De Veste wordt bewoond door de vijf 'Families'. Familie Woens, Maan, Zater, Vrij en Dins. In het verre verleden waren het leden van deze gezinnen die de enclave hebben opgebouwd en de manier waarop nu alles gaat hebben bedacht. Na verloop van tijd zijn hier de brede Familieverbanden uit gegroeid die vandaag de dag normaal zijn binnen de Veste. Het hoofd van elke Familie is lid van de Raad en één van hen dient als Raadshoofd. De Families werken met zijn allen om de Veste voorspoed en vrede te laten kennen en delen iedereen in op basis van het talent dat hij/zij in de KinderPost heeft getoond. Deze informatie wordt bij de Entree aan de Raad verschaft door middel van de Rapportage die het kind meekrijgt. Kinderen die terugkomen uit de KinderPost komen weer terecht bij de Familie waar ze in geboren zijn. Als een vrouw trouwt gaat zij wonen bij de Familie van haar man.

Voedsel

Oogst Voedsel kweken is een kwestie van hard werken en hopen op goed weer. Opslagfaciliteiten zijn beperkt dus voedsel opslaan voor de winter is altijd een risico. De afgelopen jaren is het goed gegaan, maar de volwassenen weten nog van een tijd dat er schaarste was en werken er hard aan om dat te voorkomen. Er worden wat granen verbouwd en gewassen zoals sla, kolen, aardappelen en wortels. Verder zijn er een paar appelboompjes en een walnotenboom op de LandbouwPost. In sommige dagboeken wordt wel eens gesproken over oranje-appels en ander exotische fruit, maar deze groeien nergens in de buurt van de Veste. Een tweede grote bron van voedsel is de VeePost - hoewel de Veste altijd vee heeft gehad huist op dit moment alleen wat kleinvee (kippen en konijnen, al zijn de laatste onvermijdelijk overal) en is het grotere vee al enkele generaties geleden zoveel mogelijk verplaatst naar de grote VeePost. Om de zoveel tijd kan de Vestenaar zich dus verheugen op een goed stukje vlees, wat verse melk en eieren, al gaat er natuurlijk ook veel hiervan naar de KinderPost.

Relatief grote hoeveelheden vers voedsel worden bij de Handelaren geruild voor zaken die zij van Buiten meebrengen - minder verbouwd voedsel per jaar betekent daarmee niet direct hongersnood voor de Veste maar vooral minder spullen van de Handelaars. Aangezien deze toch nodig zijn is het voor de Raad en Voorraadbeheerders elk seizoen weer een moeilijk dilemma om te voorspellen wat de Veste nodig gaat hebben en kan missen.

Vorige hoofdstuk: Handboek de Veste

Volgende hoofdstuk: Bijdrage, taken en vrije tijd